ECLI:NL:RVS:2013:2346
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De minister voor Immigratie en Asiel heeft op 10 maart 2011 de verblijfsvergunningen van een vreemdeling ingetrokken en hem ongewenst verklaard. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 18 november 2011 ongegrond werd verklaard. Later, op 9 maart 2012, werd het bezwaar tegen de ongewenstverklaring gegrond verklaard en opgeheven, met een inreisverbod als gevolg.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling deels gegrond, vernietigde het besluit van 18 november 2011 en schorste het besluit van 10 maart 2011. Tevens verklaarde zij het beroep tegen het inreisverbod gegrond. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling vanwege het inreisverbod geen belang had bij het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunningen, waardoor de rechtbank ten onrechte het besluit van 18 november 2011 vernietigde en het beroep tegen het inreisverbod gegrond verklaarde. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het beroep tegen de intrekking en het inreisverbod betreft, het beroep tegen de intrekking niet-ontvankelijk verklaard en de zaak over het inreisverbod terugverwezen naar de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard en de zaak over het inreisverbod wordt terugverwezen naar de rechtbank.