ECLI:NL:RVS:2013:2348
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat iMMO-rapport geen nieuw feit is en toetsing terugkeerbesluit vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 22 oktober 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel afgewezen, een terugkeerbesluit genomen en een inreisverbod opgelegd. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De kern van het geschil betrof de vraag of het iMMO-rapport, dat de vreemdeling over haar psychische gesteldheid had overgelegd, als nieuw feit of veranderde omstandigheid kon worden aangemerkt. De Raad van State oordeelde dat dit rapport niet als nieuw feit kon gelden, omdat het op verzoek van de vreemdeling was opgesteld en zij geen geldige reden had gegeven waarom het niet eerder was overgelegd. Hierdoor was toetsing van het besluit op dat punt niet aan de orde.
Verder oordeelde de Raad dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod deugdelijk waren gemotiveerd, met name over het risico dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken en de afwijzing van humanitaire gronden om af te zien van het inreisverbod. Ook werd geoordeeld dat de vreemdeling voldoende gelegenheid had gehad haar zienswijze schriftelijk kenbaar te maken. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.