ECLI:NL:RVS:2013:2364
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- F.C.M.A. Michiels
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor balkon ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Delft verleende een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een balkon en het wijzigen van raamkozijnen naar deurkozijnen aan een woning, ondanks dat het balkon in strijd is met de maximale diepte volgens het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant tegen deze vergunning ongegrond. De appellant stelde onder meer dat het balkon niet als bijbehorend bouwwerk kon worden aangemerkt, dat het college de belangen van omwonenden onvoldoende had meegewogen, dat er sprake was van een privaatrechtelijke belemmering en dat het bouwplan niet voldeed aan het Bouwbesluit en redelijke eisen van welstand.
De Raad van State oordeelde dat het balkon wel als bijbehorend bouwwerk kan worden aangemerkt, ook zonder dak en zonder direct op de grond te staan. Het college mocht van het bestemmingsplan afwijken op grond van de Wabo en het Bor. Verder concludeerde de Raad dat het college de belangenafweging zorgvuldig had gemaakt en dat het niet aannemelijk was dat het balkon onaanvaardbare geluidshinder, privacyverlies of uitzichtvermindering zou veroorzaken. De privaatrechtelijke belemmering was niet evident en valt onder de civiele rechter.
Ten aanzien van de constructieve veiligheid oordeelde de Raad dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat het bouwplan voldeed aan het Bouwbesluit, mede op basis van deskundige adviezen. De bezwaren van de appellant tegen deze rapporten waren onvoldoende onderbouwd. Ook het oordeel van het college over de welstand was deugdelijk gemotiveerd en mocht gebaseerd zijn op positieve adviezen van de welstandscommissie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; vergunning voor balkon bevestigd ondanks strijd met bestemmingsplan.