ECLI:NL:RVS:2013:2377
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning verbouwing pakhuis tot woning ondanks onderhoudsbezwaren
Het college van burgemeester en wethouders van Harlingen verleende op 8 december 2011 een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een pakhuis tot woning op een perceel te Harlingen. Hiertegen maakte appellant bezwaar en stelde beroep in, dat door de rechtbank Leeuwarden ongegrond werd verklaard. Appellant stelde onder meer dat het college onvoldoende rekening had gehouden met zijn belangen, omdat hij door de bouw niet meer zijn woning en gemeenschappelijke goot kon onderhouden.
De Raad van State overwoog dat de bestuursrechter niet bevoegd is om geschillen over zakelijke rechten zoals onderhoudsrechten te behandelen; die dienen aan de burgerlijke rechter te worden voorgelegd. Verder werd geoordeeld dat het college in redelijkheid de vergunning kon verlenen, omdat appellant ook zonder afwijking van het bestemmingsplan de onderhoudsmogelijkheden beperkt waren. De overschrijding van de bouwhoogte was beperkt en het belang van vergunninghouder kon zwaarder wegen.
Daarnaast faalden de bezwaren dat het bouwplan onjuist was beoordeeld door de welstandscommissie, aangezien de commissie beschikte over correcte tekeningen waarop de gemeenschappelijke goot zichtbaar was. Andere aangevoerde afwijkingen kunnen in een handhavingsprocedure worden behandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.