ECLI:NL:RVS:2013:2398
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 18 februari 2013 schriftelijk bevestigd dat zij op 4 februari 2013 spoedeisende bestuursdwang heeft toegepast tegen appellante wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van een boodschappentas met papier die naast een inzamelvoorziening was geplaatst. Appellante voerde aan dat zij de boodschappentas met papier met de intentie juist aan te bieden, maar dat de dichtstbijzijnde papierinzamelvoorziening vol was en zij niet bekend was met de juiste wijze van aanbieden. Tevens stelde zij dat het college eerst een waarschuwing had moeten geven.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellante door de stickers op de inzamelvoorzieningen op de hoogte had kunnen zijn van de voorschriften en dat het college in redelijkheid bestuursdwang mocht toepassen zonder voorafgaande waarschuwing. Ook de omstandigheid dat de container vol was en de intentie van appellante vormen geen grond voor het oordeel dat bestuursdwang onredelijk was. Daarnaast is vastgesteld dat appellante verwijtbaar heeft gehandeld, zodat de kosten van € 115,00 voor de bestuursdwang terecht op haar zijn verhaald, ongeacht haar inkomen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 december 2013.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard en de kosten worden op haar verhaald.