ECLI:NL:RVS:2013:240
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding extra uren rechtsbijstand in echtscheidingsprocedure
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de afwijzing door de raad voor rechtsbijstand van haar aanvraag tot vergoeding van extra uren rechtsbijstand in een echtscheidingsprocedure met nevenvorderingen. De rechtbank Amsterdam had het beroep van appellante reeds ongegrond verklaard.
De kern van het geschil is of de zaak zodanig bewerkelijk is dat de forfaitaire urenvergoeding overschreden mag worden. De raad stelde dat er geen sprake was van een bewerkelijke zaak, omdat de procedure geen omvangrijk juridisch relevant feitencomplex bevatte en geen bijzondere rechtsvragen aan de orde waren.
Appellante voerde aan dat haar zaak wel degelijk complex was vanwege diverse feiten en omstandigheden, waaronder problemen met de gezamenlijke woning. De rechtbank oordeelde echter dat dergelijke omstandigheden niet uitzonderlijk zijn in echtscheidingsprocedures en dat de forfaitaire vergoeding toereikend is.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. Tevens wordt opgemerkt dat voor eventuele afzonderlijke procedures, zoals de boedelscheiding, aparte toevoegingen kunnen worden verstrekt. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor vergoeding van extra uren rechtsbijstand wegens het ontbreken van feitelijke of juridische complexiteit.