ECLI:NL:RVS:2013:2440
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 17 april 2012 werd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 16 november 2012 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Hij stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij zich bij zijn besluit uitsluitend had beperkt tot de toetsing op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), terwijl hij het asielrelaas van de vreemdeling inhoudelijk had beoordeeld op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht verwees naar het eerdere besluit van 1 september 2009, dat met de uitspraak van 31 maart 2011 in rechte onaantastbaar was geworden. Omdat de vreemdeling geen nieuwe stukken had overgelegd die tot een ander oordeel zouden leiden, was er geen reden om het eerdere standpunt te herzien. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.