ECLI:NL:RVS:2013:2444
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van 13 maart 2012 vernietigde, waarin de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte een onderscheid maakte in de bewijswaardering afhankelijk van de plaats waar de gebeurtenissen zich hadden voorgedaan, en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd met betrekking tot de bewijswaarde van verklaringen over het bekeringsproces en kennis van het christendom.
De staatssecretaris voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het onderscheid in bewijswaardering verwierp en dat nader motiveren van de bewijswaarde niet noodzakelijk was vanwege de deskundigheid van het bestuursorgaan. De Afdeling oordeelde echter dat de motivering van het besluit onvoldoende was en dat het bestuursorgaan zijn standpunt over de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas kenbaar en deugdelijk moet motiveren.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met een verbetering van de gronden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €472,00 ten behoeve van de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de vernietiging van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering.