ECLI:NL:RVS:2013:2449
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- P.J.J. van Buuren
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake Bomenkaart en griffierechtvergoeding
Het college van burgemeester en wethouders van Heemstede stelde op 8 november 2011 een lijst vast van beeldbepalende bomen op particulier terrein, de zogenaamde Bomenkaart. Appellant, wonende nabij het perceel Herenweg 154 te Heemstede, maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde het college in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en trok later de Bomenkaart in. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant tegen het niet tijdig beslissen en tegen het besluit op bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
Appellant stelde in hoger beroep dat de intrekking van het besluit niet rechtsgeldig was bekendgemaakt en dat het college in de media had aangegeven de rechtsgevolgen van het besluit te handhaven, waardoor hij wel belang zou hebben bij zijn beroep. De Afdeling oordeelde dat de intrekking rechtsgeldig was bekendgemaakt en dat appellant met de intrekking had bereikt wat hij beoogde. Ook werd geoordeeld dat de Bomenkaart geen weigeringsgrond is voor omgevingsvergunningen en dat de mededelingen in de media onvoldoende waren om het belang van appellant aan te nemen.
Verder stelde appellant dat het college te laat had beslist op zijn bezwaar omdat de beslistermijn zes weken bedroeg, maar het college betoogde dat een commissie bezwaar behandelde waardoor de termijn twaalf weken was. De Afdeling bevestigde dat de beslistermijn was verlengd en dat het besluit binnen die termijn was genomen. Tot slot stelde appellant dat het griffierecht vergoed moest worden omdat het college aan zijn beroep tegemoet was gekomen door het besluit in te trekken. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank dit niet had onderkend en vernietigde het vonnis voor zover het college niet was gelast het griffierecht te vergoeden. De Afdeling gelastte het college het griffierecht van €156 te vergoeden en betaalde het griffierecht van appellant voor het hoger beroep van €239 terug.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het college is gelast het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.