ECLI:NL:RVS:2013:2456
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel en regulier
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van een vreemdeling tegen de weigering van een verblijfsvergunning asiel en regulier gegrond had verklaard. De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling bij terugkeer naar Afghanistan geen reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State overwoog dat de vreemdeling niet was geslaagd in het aannemelijk maken van specifieke onderscheidende kenmerken die een reëel risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer aannemelijk maken. Tevens werd bevestigd dat de moeder van de vreemdeling in Afghanistan woont en zorgplicht draagt, waardoor adequate opvang mogelijk is. De rechtbank had dit onvoldoende meegewogen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd daarmee gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond.