ECLI:NL:RVS:2013:2500
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- M.A.A. Mondt-Schouten
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling Rijksinpassingsplan Dijkverbetering Hagestein-Opheusden
De minister van Infrastructuur en Milieu stelde op 22 mei 2013 het Rijksinpassingsplan Dijkverbetering Hagestein-Opheusden vast, gericht op versterking van rivierdijken langs de Neder-Rijn en de Lek. Appellanten voerden diverse bezwaren aan tegen het plan en de bijbehorende omgevingsvergunningen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde deze beroepen en toetste de redelijkheid van het plan en de rechtmatigheid van de besluiten.
De beroepen van enkele appellanten werden niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van zienswijzen. Andere beroepen werden inhoudelijk behandeld, waarbij onder meer werd geoordeeld dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het plan een goede ruimtelijke ordening dient. Specifieke bezwaren over de ontsluiting van percelen, de keuze voor damwandconstructies, hydrologische effecten en de uitvoerbaarheid van het plan werden verworpen. Ook werd geoordeeld dat de minister niet in strijd handelde met het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van vooringenomenheid of het vertrouwensbeginsel.
De Raad van State concludeerde dat het inpassingsplan en de wijzigingen daarvan, waaronder het wijzigingsbesluit van 20 september 2013, rechtmatig zijn vastgesteld. De beroepen van [appellant sub 5] en [appellant sub 6] werden niet-ontvankelijk verklaard, terwijl de beroepen van [appellanten sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellanten sub 4] ongegrond werden verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Beroepen van twee appellanten niet-ontvankelijk, overige beroepen ongegrond; het inpassingsplan is rechtmatig vastgesteld.