ECLI:NL:RVS:2013:2502
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over nadeelcompensatie verleggen kabels en leidingen
Liander verzocht de minister om toepassing van de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen 1999 (NKL 1999) voor kostenvergoedingen vanwege verleggingen in het kader van de reconstructie van de A2. De minister stelde dat geen oorzakelijk verband bestond tussen de A2-reconstructie en de verleggingen, waardoor de NKL 1999 niet van toepassing zou zijn. De minister kwalificeerde een brief van Liander als bezwaarschrift en verklaarde dit niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelde dat de brief van Liander van 3 november 2009 een aanvraag was en dat de minister zijn standpunt in de brief van 26 januari 2010 als een besluit had genomen. De rechtbank vernietigde het besluit van de minister dat het bezwaar niet-ontvankelijk was en beval een nieuwe beslissing.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de brief van 3 november 2009 geen aanvraag bevatte, maar een verzoek om bevestiging van het standpunt van de minister, en dat de brief van 26 januari 2010 geen besluit was maar een informatieve mededeling. De Afdeling oordeelt dat de brief van 20 april 2011 wel een aanvraag tot nadeelcompensatie bevatte waarop de minister nog een besluit moet nemen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt de minister een besluit te nemen op de aanvraag van 20 april 2011. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Liander.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van 20 april 2011.