ECLI:NL:RVS:2013:253
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen gedoogplicht aanleg aardgastransportleiding
De minister van Infrastructuur en Milieu heeft op 14 februari 2013 een besluit genomen waarin aan verschillende rechthebbenden, waaronder verzoeker, een plicht wordt opgelegd tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van de aardgastransportleiding Beverwijk-Wijngaarden.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzitter heeft het verzoek behandeld en beoordeeld of sprake is van spoedeisend belang en of de minister terecht de gedoogplicht heeft opgelegd.
De voorzitter oordeelt dat ondanks het feit dat verzoeker bijna drie maanden heeft gewacht met het verzoek, spoedeisend belang aanwezig is omdat de werkzaamheden reeds zijn gestart. De minister en Gasunie hebben volgens de voorzitter voldoende inspanningen verricht om tot overeenstemming te komen over schadeloosstelling, en de aangeboden vergoeding is niet onredelijk.
Verder is vastgesteld dat de aanleg deels door middel van open ontgraving plaatsvindt omdat een volledige gestuurde boring technisch niet mogelijk is binnen het vastgestelde tracé. Verzoeker had dit bezwaar tegen het inpassingsplan moeten aanvoeren. De voorzitter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de gedoogplicht voor de aanleg van de aardgastransportleiding wordt afgewezen.