ECLI:NL:RVS:2013:2537
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Helder
- F.C.M.A. Michiels
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen milieuvergunning spoorwegemplacement Hengelo
Het college van burgemeester en wethouders van Hengelo verleende op 16 april 2012 een milieuvergunning aan ProRail B.V. voor het spoorwegemplacement Hengelo. Appellanten, waaronder de Stichting Burgerinitiatief No Rail, stelden beroep in tegen dit besluit vanwege bezwaren op het gebied van geluidhinder, trillinghinder, externe veiligheid en de toepassing van beste beschikbare technieken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Stichting belanghebbende is omdat zij een rechtstreeks bij het besluit betrokken algemeen belang behartigt. Het toetsingskader van de Wet milieubeheer werd toegepast, waarbij het college een zekere beoordelingsvrijheid toekomt.
De Afdeling concludeerde dat het college terecht heeft vastgesteld dat de toegepaste geluidreducerende technieken, waaronder het Spoor Staaf Conditionering Systeem, als beste beschikbare technieken kunnen worden aangemerkt. Ook de geluidnormen en de beoordeling van cumulatieve geluidbelasting zijn redelijk vastgesteld. De vergunning bevatte passende voorschriften voor geluid- en trillinghinder, en de externe veiligheidsrisico’s zijn adequaat beoordeeld op basis van een risicoanalyse conform wettelijke normen.
De overige beroepsgronden, waaronder de termijn van de vergunning en de flexibiliteit in bedrijfsvoering, werden eveneens verworpen. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning voor het spoorwegemplacement Hengelo wordt ongegrond verklaard.