ECLI:NL:RVS:2013:258
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing zorgtoeslag wegens niet-rechtmatig verblijf partner
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot zorgtoeslag voor appellant over 2011 op nihil vastgesteld en eerder ook voor 2010 een zorgtoeslag van nihil vastgesteld met terugvordering van betaalde voorschotten. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel de rechtbank als de Raad van State verklaarden deze beroepen ongegrond.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellant aanspraak kan maken op zorgtoeslag terwijl zijn partner geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. De Raad van State oordeelt dat op grond van artikel 9, tweede lid, Awir en artikel 2, vijfde lid, Wet op de zorgtoeslag, een verzekerde met een partner die niet rechtmatig verblijft geen aanspraak heeft op zorgtoeslag.
Appellant voerde aan dat zijn echtgenote geen verblijfstitel heeft en zich daarom niet kan verzekeren, maar dit leidt niet tot een ander oordeel. De Raad van State bevestigt het standpunt van de Belastingdienst/Toeslagen en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.