ECLI:NL:RVS:2013:2607
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens motiveringsgebrek
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 21 mei 2012 door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel werd afgewezen. Tegelijkertijd werd hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en werd een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
In het hoger beroep stelde de vreemdeling dat het terugkeerbesluit nietig was vanwege het ontbreken van een vertrektermijn, waardoor ook het inreisverbod niet rechtsgeldig kon zijn. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris bij het opvolgende besluit ten onrechte geen vertrektermijn had toegekend, terwijl de vreemdeling bij een eerdere aanvraag wel een vertrektermijn had gekregen die hij niet had benut. Jurisprudentie bevestigt dat bij een opvolgende aanvraag opnieuw een vertrektermijn moet worden toegekend en dat het inreisverbod niet kan worden gebaseerd op het verstrijken van een eerdere vertrektermijn.
De Raad van State vernietigde daarom het terugkeerbesluit en het inreisverbod van 21 mei 2012 en verklaarde het hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd voor zover het terugkeerbesluit en inreisverbod betreft vernietigd en voor het overige bevestigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en het inreisverbod van 21 mei 2012 worden vernietigd wegens het ontbreken van een vertrektermijn en onvoldoende motivering.