ECLI:NL:RVS:2013:264
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning tweede fase voor loods met personeelsverblijven ondanks bezwaren
Het college van burgemeester en wethouders van Texel verleende op 29 juni 2011 een bouwvergunning tweede fase voor het oprichten van een loods met inpandige personeelsverblijven. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in bij de rechtbank Alkmaar, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep bij de Raad van State betoogde appellante dat de bouwtekeningen substantieel waren gewijzigd, dat de vluchttrappen ten onrechte niet werden meegerekend in de oppervlakteberekening en dat het bouwplan niet voldeed aan de brandveiligheidseisen.
De Raad van State overwoog dat de wijzigingen in de bouwtekeningen van ondergeschikte aard waren en dat de vluchttrappen geen onderdeel uitmaken van het verblijfsgebied voor logiesfuncties. Verder werd geoordeeld dat de twee ruimten op de eerste verdieping elk een aparte gebruikseenheid vormen en dat het gebouw niet als logiesgebouw kan worden aangemerkt omdat de gebruikseenheden niet zijn aangewezen op gemeenschappelijke verkeersroutes. De minimale hoogte van 2,10 meter werd als voldoende beoordeeld.
Ten aanzien van de brandveiligheid stelde de Raad van State vast dat de twee logiesruimten als brandcompartimenten konden worden beschouwd en dat er voldoende vluchtwegen aanwezig zijn. De bezwaren over de opslagruimten en toezicht op kooktoestellen werden verworpen. Ook het beroep op de Bouwverordening en de stelling dat onvoldoende bluswatervoorzieningen aanwezig zouden zijn, faalden.
De Raad van State concludeerde dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank terecht was en bevestigde deze, waarmee het hoger beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.