ECLI:NL:RVS:2013:2679
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens niet tijdig hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 11 februari 2013 een aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 8 oktober 2013 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat op grond van artikel 69, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 een termijn van één week geldt voor het instellen van hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank werd verzonden op 8 oktober 2013, waardoor de termijn op 15 oktober 2013 eindigde. Het hogerberoepschrift werd echter pas op 29 oktober 2013 ontvangen, waardoor het niet tijdig was ingediend.
Echter, de rechtbank had in de begeleidende brief een termijn van vier weken vermeld voor het instellen van hoger beroep. De Raad van State achtte het gelet op het rechtszekerheidsbeginsel redelijk dat de vreemdeling op deze mededeling mocht vertrouwen, waardoor hij niet in verzuim was. Desondanks kon het hoger beroep niet leiden tot vernietiging van de uitspraak, omdat de aangevoerde gronden geen vragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.