ECLI:NL:RVS:2013:2696
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens strijd met Terugkeerrichtlijn
De vreemdeling werd bij besluit van 5 augustus 2008 ongewenst verklaard door de staatssecretaris van Justitie. Dit besluit werd pas op 28 oktober 2011 op de juiste wijze bekendgemaakt, waarna het in werking trad. De vreemdeling maakte bezwaar tegen de handhaving van deze ongewenstverklaring voor onbepaalde tijd, maar dit bezwaar werd bij besluit van 29 juni 2012 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de ongewenstverklaring mocht handhaven, terwijl zij op het moment van het bezwaar niet in Nederland verbleef en de Terugkeerrichtlijn van toepassing was. Volgens de vreemdeling moest de ongewenstverklaring worden beschouwd als een inreisverbod dat aan de voorwaarden van de richtlijn moet voldoen, waaronder een maximale duur van vijf jaar.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris bij de heroverweging in bezwaar had moeten uitgaan van de feiten en het recht zoals die golden op 28 oktober 2011, toen het besluit in werking trad. Het besluit om de ongewenstverklaring voor onbepaalde tijd te handhaven was daarom onrechtmatig en werd vernietigd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 29 juni 2012, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot handhaving van de ongewenstverklaring voor onbepaalde tijd is vernietigd wegens strijd met de Terugkeerrichtlijn en de Awb.