ECLI:NL:RVS:2013:2704
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken bewijsnood en documenten
De appellant verzocht om het Nederlanderschap, maar zijn verzoek werd door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties afgewezen wegens het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte en een geldig buitenlands reisdocument. De staatssecretaris stelde dat de appellant geen bewijsnood had aangetoond, hetgeen vereist is om vrijstelling te krijgen van het overleggen van deze documenten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad overwoog dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij alle mogelijke stappen had ondernomen om de gevraagde documenten te verkrijgen, zoals het reizen naar zijn land van herkomst of het inschakelen van een professionele derde.
Verder oordeelde de Raad dat de staatssecretaris terecht had afgezien van het horen van appellant in bezwaar, omdat op voorhand redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.