ECLI:NL:RVS:2013:271
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening huur- en zorgtoeslag wegens toeslagpartnerschap volgens Awir
De Belastingdienst heeft de huur- en zorgtoeslag van appellant over de jaren 2006 tot en met 2009 en 2011 herzien en vastgesteld op nihil, waarbij reeds betaalde bedragen zijn teruggevorderd. Appellant betwistte dat de Belastingdienst terecht haar toeslagpartner had aangemerkt, omdat haar dochter meerderjarig was en niet meer op hetzelfde adres stond ingeschreven.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht het inkomen van de partner heeft meegewogen, aangezien de partner volgens artikel 3 Awir Pro degene is die op hetzelfde adres staat ingeschreven en een kind heeft erkend, waarbij het begrip kind grammaticaal wordt uitgelegd. De Raad van State onderschrijft deze uitleg en wijst het beroep af.
Verder oordeelt de Raad dat het niet op de hoogte zijn van appellant van de erkenning door de partner niet tot herziening van de herziening leidt, omdat het artikel 21 Awir Pro vereist dat de toeslagpartner wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was toegekend.
De Afdeling bevestigt daarmee de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de huur- en zorgtoeslag worden bevestigd omdat de toeslagpartner volgens de Awir terecht is vastgesteld.