ECLI:NL:RVS:2013:2714
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De minister van Buitenlandse Zaken wees op 27 juli 2011 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 16 november 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris het besluit niet zonder meer op de verklaringen van de vreemdeling en de referente mocht baseren, ondanks hun kwetsbare gezondheid en traumatische ervaringen. De Raad stelde dat het standpunt van de staatssecretaris terughoudend getoetst moet worden en dat de verklaringen op essentiële punten tegenstrijdig waren.
Verder oordeelde de Raad dat het identificerend gehoor op de ambassade in Jemen zorgvuldig was verlopen, ondanks het ontbreken van een beëdigde tolk en de dubbele vertaalslag. De vreemdeling had geen concrete voorbeelden van vertaalfouten gegeven en had verklaard de tolk goed te verstaan. Ook was het niet verplicht aanvullingen op het verslag van het gehoor in te dienen.
Ten slotte wees de Raad het beroep van de vreemdeling af dat de door hem overgelegde foto relevant was voor de gezinsband, omdat deze na vertrek uit Somalië was genomen. De Raad verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.