ECLI:NL:RVS:2013:279
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 15 december 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, die op 17 januari 2012 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht onder meer de veiligheidssituatie in Kandahar, Afghanistan, en oordeelde dat de situatie niet voldoet aan de beschermingscriteria van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 15 december 2011 ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.