ECLI:NL:RVS:2013:294
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A. Hammerstein
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omzettingsvergunningen zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte in Utrecht
Het geschil betreft vijf besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht die vergunningen voor omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte weigerden of onder voorwaarde van financiële compensatie verleenden. Appellante stelde zich op het standpunt dat het gewijzigde beleid van het college uit 2007 onredelijk is en dat de coulanceregeling en leefbaarheidstoets onjuist werden toegepast.
De rechtbank Utrecht had in eerdere uitspraken de beroepen van appellante deels gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. In hoger beroep bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college bij vaststelling van het beleid rekening heeft gehouden met de woningmarkt en dat het gewijzigde beleid en de coulanceregeling niet onredelijk zijn. De verzwaarde leefbaarheidstoets in de Krachtwijken is gerechtvaardigd vanwege de druk op de leefbaarheid.
Verder oordeelt de Afdeling dat het college beoordelingsvrijheid heeft bij de gelijkwaardigheid van compensatiewoningen en dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de aangeboden compensatie niet gelijkwaardig was. Ook de gestelde misbruik van bevoegdheid en onjuiste toepassing van de coulanceregeling worden verworpen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.