ECLI:NL:RVS:2013:309
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister heeft op 19 juli 2011 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister het relaas van de vreemdeling onvoldoende had gemotiveerd. De minister mocht het door de vreemdeling overgelegde bewijs, waaronder een verklaring van verlies van een paspoort uit Azerbeidzjan, niet als voldoende aannemelijk achten vanwege gebrek aan authenticiteit en tegenstrijdigheden met openbare bronnen en het ambtsbericht over staatsburgerschap in de voormalige Sovjetrepublieken.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van de minister in stand bleef. De overige beroepsgronden werden niet meer inhoudelijk beoordeeld omdat deze niet in hoger beroep aan de orde waren gesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.