ECLI:NL:RVS:2013:310
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat overdracht aan Italië geen schending EVRM-artikel 3 oplevert in asielzaak
De minister van Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister in hoger beroep ging. De kern van het geschil betrof de vraag of overdracht van de vreemdeling aan Italië in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro vanwege de persoonlijke situatie in de plaats Razano en de algemene situatie in Italië.
De staatssecretaris stelde dat de motivering van het besluit voldoende was en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro. Hij verwees naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en diverse rapporten en artikelen over de situatie in Italië. De voorzieningenrechter oordeelde dat de motivering onvoldoende was omdat niet was ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris wel degelijk op de persoonlijke omstandigheden was ingegaan en dat de aangevoerde stukken geen concrete aanknopingspunten boden om te concluderen dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit tot overdracht aan Italië blijft in stand.