ECLI:NL:RVS:2013:328
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- R. Uylenburg
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving ondergrondse afvalcontainer nabij rijksmonument te Deventer
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer wees het verzoek van appellant af om handhavend op te treden tegen een ondergrondse afvalcontainer die dichter bij het Pothuis, een rijksmonument, was geplaatst dan toegestaan. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar en het niet tijdig vaststellen en uitbetalen van een dwangsom.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig vaststellen en uitbetalen van de dwangsom niet-ontvankelijk en wees het beroep verder af. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt dit oordeel voor zover het beroep tegen het besluit van 21 februari 2012 niet-ontvankelijk werd verklaard en het college niet werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding. De Afdeling oordeelt dat het beroep tegen het dwangsombesluit wel ontvankelijk is, maar ongegrond.
Verder bevestigt de Afdeling dat voor de afvalcontainer een omgevingsvergunning vereist is, omdat deze ook wordt gebruikt door horeca en dus niet uitsluitend voor huishoudelijk afval. Het college mocht handhavend optreden achterwege laten vanwege het risico op schade aan het rijksmonument en de geringe afwijking van het welstandsadvies. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het dwangsombesluit ongegrond; het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.