ECLI:NL:RVS:2013:339
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A. Hagen
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking drank- en horecawetvergunning wegens ernstig gevaar strafbare feiten
De vennootschap exploiteert een café te Eindhoven en kreeg in 2006 een drank- en horecawetvergunning en exploitatievergunning. In 2011 werden deze vergunningen ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, op basis van een advies van het Bureau bibob dat ernstig gevaar constateerde dat de vergunningen zouden worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.
De overtredingen betroffen meerdere gevallen waarbij vreemdelingen zonder vergunning arbeid verrichtten in het café, wat strafbaar is volgens de Wet arbeid vreemdelingen. De vennootschap voerde aan dat deze feiten bekend waren bij de vergunningverlening en dat er geen sprake was van ernstige strafbare feiten of criminele contacten. Ook stelde zij dat de intrekking onevenredig nadeel opleverde.
De rechtbank oordeelde dat het college en de burgemeester terecht de vergunningen hadden ingetrokken op grond van artikel 3 van Pro de Wet bibob, omdat de overtredingen structureel en langdurig waren en ernstig gevaar opleverden. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst de bezwaren van de vennootschap af, waaronder het beroep op het gelijkheidsbeginsel en disproportionaliteit.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunningen blijft van kracht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de drank- en horecawetvergunning en exploitatievergunning wordt bevestigd.