ECLI:NL:RVS:2013:342
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing rangschikking Buitenplaats Otterspoor onder Natuurschoonwet 1928
De staatssecretaris wees op 1 oktober 2009 de aanvraag van appellant af om Buitenplaats Otterspoor onder de Natuurschoonwet 1928 te rangschikken. Otterspoor voldeed niet aan de definitie van buitenplaats, noch kon het als onderdeel van het nabijgelegen landgoed Gansenhoef worden aangemerkt. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat Otterspoor een oppervlakte van 1,9 hectare heeft en naast Gansenhoef ligt, dat wel onder de Natuurschoonwet is gerangschikt. Uit deskundigenrapporten bleek dat de tuinen van Otterspoor en Gansenhoef in 1832 gescheiden waren en pas rond 1860 samengevoegd werden, waardoor geen gezamenlijke historische tuin- en parkaanleg van vóór 1850 aanwezig is. Otterspoor heeft geen beschermd monument en voldoet daarom niet aan de wettelijke criteria.
Appellant stelde dat er herkenbare historische tuinelementen aanwezig zijn en dat hij mocht vertrouwen op rangschikking, maar de Raad van State vond geen bewijs van rechtens te honoreren toezeggingen of onzorgvuldigheid van de staatssecretaris. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de rangschikking van Otterspoor onder de Natuurschoonwet 1928 wordt bevestigd.