ECLI:NL:RVS:2013:348
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- M.A.A. Mondt-Schouten
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen bestemmingsplan Laakhaven West en Petroleumhaven
De raad van de gemeente Den Haag stelde op 20 december 2012 het bestemmingsplan 'Laakhaven West en Petroleumhaven' vast, gericht op transformatie van een bedrijventerrein naar een gemengd woon- en werkgebied. Diverse appellanten, waaronder bedrijven en een bedrijvenvereniging, stelden beroep in tegen dit besluit.
De beroepen richtten zich onder meer op de beperkingen van bedrijfsactiviteiten door de nieuwe bestemmingen, de rechtsonzekerheid door globale bestemmingen, de economische uitvoerbaarheid van het plan en het intrekken van ligplaatsvergunningen voor bedrijfsschepen aan de Calandkade. De raad motiveerde de keuzes met het oog op een goede ruimtelijke ordening, milieuhygiënische aspecten, en de noodzaak tot gebiedsontwikkeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening. De beperkingen voor bestaande bedrijven zijn gerechtvaardigd, mede gezien het ontbreken van concrete uitbreidingsplannen en de mogelijkheid tot afwijking via omgevingsvergunningen. De economische uitvoerbaarheid is verzekerd door gemeentelijke voorzieningen en subsidies. Het intrekken van ligplaatsvergunningen is niet onredelijk en het plan is uitvoerbaar binnen de planperiode.
De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard, waarmee het bestemmingsplan ongewijzigd van kracht blijft.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan zijn ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.