ECLI:NL:RVS:2013:360
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen carport zonder vergunning in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde appellant op 24 april 2012 een last onder dwangsom op om een carport op zijn perceel te verwijderen, omdat deze zonder vergunning was gebouwd. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat de carport in 2000 was begonnen en dus vergunningvrij was, dan wel dat er een vergunning was verleend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het collegebesluit.
Appellant stelde in hoger beroep dat de carport al in 2000 was begonnen en dat het college niet bevoegd was tot handhaving. De Raad van State oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de bouw in 2000 was gestart, aangezien slechts een stalen balk was geplaatst en de daadwerkelijke bouw pas in 2008 plaatsvond. Ook was geen vergunning overgelegd en het college had dit weersproken.
Verder faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat het college had verklaard ook tegen andere illegale carports handhavend op te treden. De Raad van State bevestigde het collegebesluit en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep en verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en het collegebesluit tot verwijdering van de carport wordt bevestigd.