ECLI:NL:RVS:2013:385
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- C.M. Woestenburg-Bertels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 12 augustus 2010 legde de minister een boete van €32.000 op aan verzoekster wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de boete verminderd tot €28.800. Zowel verzoekster als minister gingen in hoger beroep. Verzoekster vroeg de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening om de betaling van de boete op te schorten totdat het hoger beroep was beslist.
De voorzitter behandelde het verzoek op 8 juli 2013. Verzoekster stelde dat betaling van de boete tot financiële problemen zou leiden, maar kon dit niet onderbouwen. Hierdoor was het spoedeisend belang niet aangetoond. De voorzitter wees het verzoek dan ook af als kennelijk ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 11 juli 2013 in het openbaar gedaan door voorzitter Troostwijk, in aanwezigheid van ambtenaar van staat Woestenburg-Bertels.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.