ECLI:NL:RVS:2013:468
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit kinderopvangtoeslag wegens onjuiste ingangsdatum
De Belastingdienst stelde de definitief toegekende kinderopvangtoeslag over 2007 voor appellante herzien vast op nihil en vorderde een bedrag terug. Dit was gebaseerd op het ontbreken van een ondertekenings- en ingangsdatum in de overeenkomst met het gastouderbureau. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde de ingangsdatum op 28 juni 2007.
Appellante voerde aan dat de overeenkomst weliswaar later was ondertekend, maar dat de opvang met terugwerkende kracht per 1 april 2007 was aangevangen, wat blijkt uit diverse stukken en betalingen. De Afdeling oordeelde dat appellante niet wist noch behoorde te weten dat de toeslag te hoog was toegekend vanwege het ontbreken van een datum in de overeenkomst.
De Afdeling vernietigde het herzieningsbesluit en herstelde het eerdere besluit van juni 2010, waarmee de toeslag definitief werd vastgesteld. Tevens werd het griffierecht aan appellante vergoed. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en het eerdere vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit van de Belastingdienst wordt vernietigd en het eerdere besluit van juni 2010 hersteld.