ECLI:NL:RVS:2013:476
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een boete van €8.000 die de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid oplegde wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd opgelegd nadat inspecteurs van de Inspectie SZW een werkplekcontrole en administratief onderzoek uitvoerden naar aanleiding van een VAR-bestand van de Belastingdienst.
Uit het onderzoek bleek dat een vreemdeling Bulgaarse nationaliteit werkzaamheden verrichtte voor appellant zonder dat daarvoor een tewerkstellingsvergunning was verleend. Appellant voerde onder meer aan dat het VAR-bestand niet had mogen worden gebruikt en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de inspecteurs niet tijdig de cautie hadden gegeven aan de wettelijke vertegenwoordiger.
De Raad van State oordeelt dat de inspectie bevoegd was het VAR-bestand te gebruiken voor het toezicht en dat er geen sprake was van een verhoor waarbij cautie gegeven had moeten worden. Het bewijs is derhalve rechtmatig verkregen. Verder faalt het overige betoog van appellant, zodat het hoger beroep ongegrond wordt verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning.