ECLI:NL:RVS:2013:512
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en rechtmatigheid staandehouding in het kader van illegaal verblijf
Bij besluit van 14 mei 2013 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring gegrond en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de initiële controle niet plaatsvond op grond van de Vreemdelingenwet 2000 maar op basis van publiekrechtelijke taken van de gemeente Breda. De staandehouding van de vreemdeling was gebaseerd op een redelijk vermoeden van illegaal verblijf, verkregen uit onderzoek van de gemeente, Belastingdienst en de vreemdelingenpolitie, en was daarom rechtmatig.
Voorts zijn de gronden voor de bewaring, waaronder het risico op ontduiking van toezicht en het niet meewerken aan terugkeer, voldoende onderbouwd en niet betwist door de vreemdeling. De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen de vreemdelingenbewaring ongegrond.