ECLI:NL:RVS:2013:513
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en beoordeling redelijk vermoeden illegaal verblijf
Bij besluit van 15 mei 2013 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld na een controle op naleving van de Wet arbeid vreemdelingen waarbij hij geen geldige identiteitspapieren kon tonen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en hechtte schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat er wel degelijk een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond op grond van de staandehouding en het ontbreken van geldige documenten. De Raad van State oordeelde dat het proces-verbaal voldoende feiten en omstandigheden bevatte die een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleverden, zodat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. De maatregel van bewaring werd gerechtvaardigd geacht vanwege het risico dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken en het ontbreken van een minder belastend middel.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vreemdelingenbewaring blijft gehandhaafd.