ECLI:NL:RVS:2013:534
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Hoekstra
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunningverlening horecabedrijf ondanks bezwaren over ventilatie en toiletfaciliteiten
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden verleende op 10 juni 2011 een vergunning voor het uitoefenen van een horecabedrijf aan een belanghebbende. Appellant en anderen, bewoners uit de omgeving, maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende tekortkomingen in de ventilatie en het aantal toiletten.
De commissie bezwaarschriften adviseerde het college het bezwaar ongegrond te verklaren, waarna de rechtbank het beroep van appellant en anderen eveneens ongegrond verklaarde. In hoger beroep voerden zij aan dat de inrichting niet voldeed aan de eisen van het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet, met name artikel 5 (ventilatie) en artikel 7 (toiletfaciliteiten).
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de commissie bezwaarschriften en het college adequaat op deze bezwaren waren ingegaan en dat de rechtbank de beroepsgrond wel degelijk had betrokken in haar oordeel. Er waren twee gescheiden toiletruimten met eigen wasvoorzieningen aanwezig en de aanwezige ventilator voldeed aan de luchtverversingscapaciteit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de vergunningverlening bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de vergunningverlening is ongegrond verklaard en de vergunning is bevestigd.