ECLI:NL:RVS:2013:536
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit kinderopvangtoeslag wegens strijd met artikel 21 Awir
De Belastingdienst heeft bij besluiten van 26 oktober 2011 de tegemoetkoming kinderopvangtoeslag van appellant over de jaren 2007 en 2008 herzien en het volledige bedrag teruggevorderd. Appellant had bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, dat door de Belastingdienst en de rechtbank Rotterdam ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de definitieve vaststelling van de toeslag in 2010 een definitief karakter heeft gekregen, waardoor de herzieningsbevoegdheid van de Belastingdienst beperkt is. De Belastingdienst heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij bij de definitieve vaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn van het ontbreken van kosten voor kinderopvang door appellant, noch dat appellant wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was toegekend.
Daarom is het herzieningsbesluit in strijd met artikel 21 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en herroept de herzieningsbesluiten van 26 oktober 2011. Tevens veroordeelt zij de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de herzieningsbesluiten van de Belastingdienst worden vernietigd.