ECLI:NL:RVS:2013:585
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van weigering kinderopvangtoeslag na bezwaar en beroep
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van de kinderopvangtoeslag over 2009 en 2010 door de Belastingdienst, waarbij de toeslag op nihil werd vastgesteld. De Belastingdienst verklaarde het bezwaar over 2009 ongegrond omdat het gastouderbureau niet was ingeschreven en appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij kosten had gemaakt. Het bezwaar over 2010 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk en verklaarde het van rechtswege ontstane beroep tegen de besluiten ongegrond. Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan de wettelijke bepalingen over het van rechtswege ontstaan van besluiten op bezwaar na ingebrekestelling.
De Raad van State oordeelt dat de betreffende wettelijke bepalingen niet van toepassing zijn op de Wet kinderopvang en dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ook is geen wettelijke verplichting tot uitstel van betaling voor de Belastingdienst vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.