ECLI:NL:RVS:2013:599
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling
De vreemdeling is bij besluit van 26 juni 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het tegen deze bewaring ingestelde beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening te treffen om zijn uitzetting te voorkomen.
De voorzitter overwoog dat het verzoek te laat was ingediend en niet tijdig in behandeling kon worden genomen. Bovendien was de uitzetting via Delhi naar Kabul reeds aangekondigd en mogelijk al uitgevoerd. De voorzitter zag geen aanleiding om de uitzetting te verbieden of de vreemdeling terug te halen, omdat het hoger beroep zich uitsluitend richtte op de rechtmatigheid van de bewaring en niet op de toelatingsvraag.
Aangezien niet in geschil was dat de vreemdeling niet rechtmatig in Nederland verbleef en niet aan zijn vertrekplicht had voldaan, was de uitzetting gerechtvaardigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitzetting van de vreemdeling wordt afgewezen.