ECLI:NL:RVS:2013:601
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.C. van Sloten
- A.M.L. Hanrath
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake verwijdering coniferenhaag en dwangsom
Het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk heeft bij besluit van 10 juli 2012 aan appellant A de verplichting opgelegd om een coniferenhaag op een perceel in Bodegraven te verwijderen en verwijderd te houden, onder dreiging van een dwangsom. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 18 december 2012 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellanten beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 mei 2013 niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Appellanten voerden aan dat het besluit pas op 23 januari 2013 was ontvangen vanwege een interne verhuizing bij de gemeente, waardoor de beroepstermijn niet was verlopen. De Raad van State oordeelde echter dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit op 20 december 2012 was verzonden, ondersteund door een handmatig gestempelde verzenddatum en een postregistratiesysteem. De rechtbank had daarom terecht geoordeeld dat het beroep buiten de termijn was ingediend en niet-ontvankelijk was.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 juli 2013.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.