ECLI:NL:RVS:2013:656
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid asielrelaas
De minister voor Immigratie en Asiel trok op 15 november 2011 de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd van twee vreemdelingen in. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde deze besluiten, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling beoordeelde of de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas van vreemdeling 1 onvoldoende positieve overtuigingskracht had. De Raad stelde vast dat de verklaringen over het aantal telefonische bedreigingen tegenstrijdig en onvoldoende concreet waren, en dat de dood van de broer niet aannemelijk was gemaakt. Ook werd geoordeeld dat het traumatabeleid niet van toepassing was omdat niet was vastgesteld wie de zoon van vreemdeling 2 had gedood.
Verder oordeelde de Afdeling dat de vreemdelingen onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij vanwege hun gemengd huwelijk en de situatie in Irak een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro liepen. Ook de aangevoerde uitzonderlijke situatie in Centraal-Irak werd niet vastgesteld. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas.