ECLI:NL:RVS:2013:662
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning Turkse vreemdeling
De minister voor Immigratie en Asiel wees aanvankelijk de aanvraag van een Turkse vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na bezwaar verleende de minister alsnog de vergunning, maar wees een verzoek om vergoeding van kosten af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat het stelsel waarbij Turkse onderdanen jaarlijks een verblijfsvergunning voor één jaar krijgen, niet onredelijk is en niet in strijd met het Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije. Tevens was het horen in bezwaar terecht achterwege gelaten.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om een langere verblijfsvergunning dan één jaar en om vergoeding van kosten werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt bevestigd.