ECLI:NL:RVS:2013:672
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer door CBR
Het CBR legde appellant op 10 juni 2009 een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) op naar aanleiding van twee alcoholgerelateerde aanhoudingen in 2004 en 2009. Het besluit werd aanvankelijk naar een onjuist adres verzonden, waarna het CBR het besluit in 2012 opnieuw verzond. Appellant stelde dat het niet opportuun was de EMA op te leggen en dat de termijn voor de eigen verklaring-procedure onjuist werd toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het CBR het besluit binnen de wettelijk voorgeschreven termijn had genomen na ontvangst van de mededeling van de politie. De vertraging in verzending was te wijten aan adresproblemen, waarbij appellant niet op het aangeschreven adres woonde. Het CBR had de gemeentelijke basisadministratie geraadpleegd en gehandeld conform de regels. De Afdeling oordeelde dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het rechtszekerheidsbeginsel, niet werden geschonden.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Afdeling bevestigde deze uitspraak. Er was geen reden om het besluit van het CBR nietig te verklaren of te vernietigen. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De zaak werd in het openbaar behandeld op 7 augustus 2013 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit van het CBR tot oplegging van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer aan appellant.