ECLI:NL:RVS:2013:674
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat verzekeringspas geen identiteitsdocument is voor inreisverbod vreemdeling
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel vaardigde op 24 augustus 2012 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De rechtbank verklaarde dit inreisverbod op 28 maart 2013 gegrond en vernietigde het, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
De kern van het geschil betrof de vraag of de verzekeringspas die de vreemdeling gebruikte ter identificatie kon worden aangemerkt als een identiteitsdocument in de zin van artikel 6.5a, vierde lid, aanhef en onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000. De vreemdeling stelde dat dit niet het geval was, omdat de pas geen pasfoto of handtekening bevat en niet in de wettelijke opsomming van identiteitsdocumenten voorkomt.
De Raad van State oordeelde dat een verzekeringspas niet valt onder de documenten bedoeld in de Wet op de Identificatieplicht en dat de minister ook geen aanwijzing heeft gegeven dat een verzekeringspas als identiteitsdocument geldt. Daarom is de verzekeringspas geen identiteitsdocument in de zin van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank had ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde inreisverbod in stand gelaten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het bestreden deel van het vonnis vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 472,00.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van het inreisverbod in stand laat omdat een verzekeringspas geen identiteitsdocument is.