ECLI:NL:RVS:2013:690
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling in vreemdelingenbewaring terecht is gesteld ondanks gezinsleven en verblijfplaats
De vreemdeling werd op 18 mei 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring, mede vanwege het bezit van een geldige Marokkaanse identiteitskaart, het feit dat hij niet eerder in bewaring was gesteld en zijn gezinsleven met partner en kinderen op het opgegeven adres.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de omstandigheden geen aanleiding gaven voor een lichter middel dan bewaring, mede omdat de vreemdeling al zeventien jaar illegaal in Nederland verbleef, geen geldig document had voor terugkeer en niet wilde terugkeren naar Marokko.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel aangewezen zou zijn. De persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, zoals het gezinsleven, konden het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken niet wegnemen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft van kracht.