ECLI:NL:RVS:2013:70

Raad van State

Datum uitspraak
26 juni 2013
Publicatiedatum
4 juli 2013
Zaaknummer
201303537/1/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraken wegens ontbreken nieuwe feiten

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek van verzoekster om herziening van twee eerdere uitspraken van de Afdeling. Deze eerdere uitspraken hadden het hoger beroep en het verzet van verzoekster tegen uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar kennelijk ongegrond verklaard.

Het verzoek tot herziening is ingediend op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat herziening mogelijk maakt indien er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die bij de bestuursrechter eerder bekend hadden moeten zijn en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.

De Afdeling overwoog dat herziening een buitengewoon rechtsmiddel is en niet bedoeld om het geschil opnieuw te behandelen. Verzoekster bracht echter geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren, maar herhaalde slechts eerder betoogde standpunten.

Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 26 juni 2013.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van eerdere bestuursrechtelijke uitspraken wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

201303537/1/A2.
Datum uitspraak: 26 juni 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoekster], wonend te Schagen,
om herziening (artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraken van de Afdeling van 24 januari 2013, in zaak nr. 201203111/2/A2 en van 27 maart 2013, in zaak nr. 201203111/3/A2.
Procesverloop
Bij uitspraak van 24 januari 2013, in zaak nr. 201203111/2/A2, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster], tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar van 8 maart 2012 in de zaken nrs. 11/2807 en 11/3075, kennelijk ongegrond verklaard. De uitspraak is aangehecht.
Bij uitspraak van 27 maart 2013, in zaak nr. 201203111/3/A2, heeft de Afdeling het door [verzoekster] daartegen gedane verzet ongegrond verklaard. De uitspraak is aangehecht.
[verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraken te herzien.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 juni 2013, waar [verzoekster], in persoon, is verschenen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Herziening is een buitengewoon rechtsmiddel dat er niet toe dient om een geschil waarin is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen. De uitspraak kan slechts worden herzien indien zij in het licht van na de uitspraak bekend geworden nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb geen stand meer kan houden.
Hetgeen [verzoekster] betoogt is een herhaling van hetgeen zij in verzet heeft betoogd. Zij heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden, als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb naar voren gebracht. Gelet hierop dient het verzoek te worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van staat.
w.g. Bijloos w.g. Poot
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2013
362-680.