ECLI:NL:RVS:2013:719
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.C. Kranenburg
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag Nederlands kentekenbewijs wegens niet vast te stellen voertuigidentificatienummer
De RDW wees de aanvraag van appellant voor een Nederlands kentekenbewijs af omdat het voertuigidentificatienummer (VIN) niet kon worden vastgesteld. Het plaatdeel met het VIN was ingelast in een nieuwe voorkant van het voertuig, waardoor niet objectief vast te stellen viel of het VIN daadwerkelijk bij het voertuig hoorde.
De rechtbank oordeelde dat de RDW terecht het voertuig niet kon identificeren, omdat de carrosserie, als hoofdonderdeel, niet onomstotelijk kon worden vastgesteld. Appellant voerde aan dat de historie en documenten van het voertuig voldoende bewijs boden, en dat een onderzoek mogelijk was om het VIN te bevestigen.
De Raad van State stelde dat volgens de Regeling voertuigen het VIN moet worden vastgesteld aan de hand van het originele door de fabrikant ingeslagen nummer en overige voertuigkenmerken. Omdat de RDW niet kon vaststellen dat het ingelaste plaatdeel origineel was en de aandrijflijn niet was gekoppeld aan het VIN, was het weigeren van het kentekenbewijs terecht.
Appellant stelde ook dat het voertuig in een ander Europees land een kenteken had gekregen en dat de RDW dit had moeten honoreren. Dit betoog faalde omdat het Europese kentekenbewijs na het bezwaarbesluit was afgegeven en geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een Nederlands kentekenbewijs wegens het niet vast kunnen stellen van het voertuigidentificatienummer.