ECLI:NL:RVS:2013:728

Raad van State

Datum uitspraak
6 augustus 2013
Publicatiedatum
14 augustus 2013
Zaaknummer
201209163/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 85 Vreemdelingenwet 2000Art. 91 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd na afwijzing wijzigingsaanvraag

De vreemdeling had een aanvraag ingediend om de beperking van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te wijzigen. De minister voor Immigratie en Asiel wees deze aanvraag af en trok de verblijfsvergunning in een besluit van 26 mei 2011. Tegen dit besluit maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 22 maart 2012 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die op 21 augustus 2012 het beroep eveneens ongegrond verklaarde.

De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat de aangevoerde gronden in het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank konden leiden. Er waren geen nieuwe rechtsvragen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.

De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Wel werd opgemerkt dat indien de vreemdeling vreest vervolgd te worden in zijn land van herkomst vanwege zijn seksuele gerichtheid, hij opnieuw een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel kan indienen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

201209163/1/V2.
Datum uitspraak: 6 augustus 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Groningen, van 21 augustus 2012 in zaak nr. 12/12956 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (hierna: de minister).
Procesverloop
Bij besluit van 26 mei 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om wijziging van de beperking van een aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en de aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.
Bij besluit van 22 maart 2012 heeft de minister het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 21 augustus 2012 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
De minister, thans: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, heeft een verweerschrift ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.
2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Indien de vreemdeling vreest in verband met een hem toegedichte seksuele gerichtheid in zijn land van herkomst vervolgd te worden, kan hij opnieuw een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Bosma, ambtenaar van staat.
w.g. Bijloos w.g. Bosma
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2013
572.