ECLI:NL:RVS:2013:735
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door werkgever
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen een boete van €28.000 die door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete is opgelegd omdat de werkgever vreemdelingen arbeid heeft laten verrichten zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen.
De rechtbank 's-Hertogenbosch heeft het beroep van de werkgever ongegrond verklaard. De werkgever stelde onder meer dat de bewijzen onvoldoende waren en dat de boete gematigd had moeten worden vanwege financiële omstandigheden en het tijdig aanvragen van vergunningen. De Raad van State overwoog dat de verklaringen van de vreemdelingen, ondersteund door loonstroken en processen-verbaal, voldoende bewijs vormen dat de arbeid zonder vergunning is verricht.
Verder oordeelde de Raad dat de beleidsregels voor boeteoplegging niet onredelijk zijn en dat de omstandigheden van de werkgever, waaronder eerdere overtredingen en financiële situatie, geen aanleiding geven tot matiging van de boete. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €28.000 wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder vergunning.